Nieuwe huisgenoot

Deze keer hebt u als lezer het voorrecht om middels een exclusief interview kennis te maken met onze nieuwe huisgenoot Matthijs. Hij huist tegenwoordig in de oude kamer van Arrie die naar beneden verhuisd is toen Erik ons verliet.

Wat is je naam en heb je nog bijnamen?
Matthijs Peter Renkema, alias Rinus, alius Rooie Rinus, alias MatR, alias Renkema, alias Thijssie

Introduceer jezelf een pietsie meer wat betreft studie en hobbies.
Ja, ik doe de PABO. Leuke studie, veel meiden… (daarom doe ik het ook uiteraard ;-) ) Hobby’s schrijf je volgens mij nog altijd zoals ondergetekende dat nu doet. Dat verwacht je niet van een alpha. Maar goed, gitaar spelen, voetballen, pokeren (in Simpelzat natuurlijk), en veel muziek.

Wat is je favoriete voetbalclub?
Ajax uiteraard.

Hoe ben je zo bij die halve zolen in Haren terecht gekomen?
Nou, ik kwam beide halve zolen tegen op onze geliefde stichting Ichthus Groningen. Gelijk trokken de Simpelheid van Jelle en de Zatheid van Arrie mij bijzonder aan. Jelle, die een hele avond alleen maar aan Beerenburg cola kan denken, en Arrie, die eerst wat tankt, vervolgens niks meer denkt. Is toch mooi!

Wat zijn de geneugten van Huize SimpelZat die jou verleid hebben?
Allereerst de Huisgeesten. Ik voelde gelijk een fijne licht bovennatuurlijke sfeer hangen in het huis, natuurlijk gecreëerd door onze huisgeesten. Binnen in SimpelZat werd ik overweldigd door deze licht occulte sfeer die ik niet meer van mij af kon schudden. De twee mystieke oosterse zwanen trokken mij naar het licht. Ik was gebonden in de vrijheid van de zedeloosheid des Simpelzat.

Daarnaast natuurlijk de flessen beerenburg, de slingerende chipszakken, de immer harige doucheputjes en de Simpele Zatte hoofden van de bewoners

Welke dingen zul je het meeste missen door de week?

Mijn moeder. (Voornamelijk het werk dat ze voor me deed.)

Heb je al een kookspecialiteit?
‘Pasta a la Moes’ met grote paprikastukken erdoor en tevens veel slijmerige tomatenvellen, speciaal voor Jelle.

Hoe zie je jouw ideale echtgenote?

Zij draagt geen korte rokjes, danwel laarzen, danwel extravagante riemen die  hangen tot ver onder de navel. Ze kleed zich gewoon degelijk, danwel sporty. Verder moet ze raar zijn, dan komt alles goed.

Omschrijf je huisgenoten eens (positief en negatief).

Arrie: Kerel met mogelijkheden. Grote toekomst voor hem weggelegd in de bushbush. Is de aantrekkingskracht zelve voor een avondje flink feesten. Zijn Friesheid bralt hij dagelijks door het huis, niet alleen door de mond maar ook vaak door de .. Het is een verfrissende wind, die dikwijls het huis doorwaait. Arrie is potentie, Arrie is Grolsh, Arrie is Zat. Alleen die potjes kadavers van hem mogen van mij gebrast worden.

Arjan: Ongelooflijk. Ik kan Arjan omschrijven als een kerel met laptop. Ik zou hem omschrijven van onder naar boven. Voeten, benen, buik, tentakels, laptop. Of iets dergelijks. Samen met Arrie vormt hij een mooi buitenlands zangduet. De kast is zijn favoriete repertoire. Ook eten kan hij. En rijst met kip, dat mag ie vaker maken. Arjan wordt gezien als de man met fatsoen in SimpelZat. Arjan is Alpha, Arjan is Anders, Arjan is wat.

Jelle: Kerel met veel capaciteiten binnen het kader van het bed. Daar vertoeft hij graag. Cursist in hart en nieren. Geniet van het leven. Maak hem ‘s ochtends niet wakker, want hij slaapt ‘s ochtends. Rond 12 uur ontwaakt hij. Dan zoeken huisgenoten dekking. Want gapende Jelle’s zijn uiterst interessant, van een afstand. Het valt wel mee. Jelle is niet alleen alpha. Hij is gespecialiseerd in de mol-kunde. Hij berekent vaak hoeveel mol de plant is. Jelle is Poker, Jelle is Passie, Jelle is wel.

Heb je nog een wijze les of iets anders die je aan de lezers van mijn weblog wilt meegeven?

Ik zeg altijd maar weer:

Er zitten een fries en een mens op een bankje.

Groetn uut Grunn!

Bonuslog: Spookfietsen

Vandaag is een bijzondere dag. Precies een jaar geleden ben ik begonnen met loggen. Mijn eerste log werd echter niet op deze weblog geplaatst. Omdat ik hem jullie toch niet wil onthouden (al zal hij voor sommigen niet nieuw zijn), vandaag alsnog hier: ‘Spookfietsen’.

Ho meneer, u bent aan het spookfietsen! Ik knijp in mijn remmen en kom vlak voor een agent die voor mij op het fietspad stapte tot stilstand. Wat nu weer, dacht ik. Nou ja, ik was die morgen vroeg vertrokken, dus ik had wel even tijd voor de goede man. Hij kwam echter al snel tot zijn punt: hij wilde me op de bon slingeren. Aangezien ik nog nooit bekeurd was in mijn leven, moest dat er toch eens van komen dus ik was niet heel geschokt. Maar vervelend is het natuurlijk wel.

Het was al vrij snel duidelijk dat tegensputteren niet zou helpen, dus ik liet het allemaal maar lijdzaam over me heenkomen. Ja, ik had een identiteitsbewijs bij me. Nee, ik woonde niet meer in (zijn woorden, niet de mijne) Urk, maar in Haren. En zo nog wat vraagjes. We babbelden nog wat voort over het fietspad aan de overkant van de weg dat opgebroken was en over de omleiding die – om het eufemistische uit te drukken – nogal om is. Nee nee, verzekerde ik hem, ik wist echt niet dat je hier niet mocht fietsen. Na het gele papiertje aan mij overhandigd te hebben trok de agent zich weer terug achter het lelijke moderne kunstwerk langs de kant van de weg en vervolgde ik mijn weg over de stoep.

Spookfietsen, het moet niet gekker worden hoor. Straks word je nog bekeurd voor spookwandelen. Als dat ook vijftig euro per persoon oplevert, hoeft de Nederlandse overheid straks nergens meer op te bezuinigen. Misschien iets voor Wouter Bos om als campagnepunt mee te nemen?

Nou ja, ik zal er mijn goeie humeur niet door laten verpesten, ik was lekker toch nog op tijd voor college. Donderdagochtend begin ik altijd met vroegmoderne geschiedenis en deze keer ging het over staatsvorming aan de hand van Filips II. Ja, inderdaad dat is die koning van Spanje uit het Wilhelmus. Best wel interessant om te horen dat die man vier keer getrouwd is geweest en op een gegeven moment de halve wereld in zijn bezit had.

De rest van de dag kabbelde rustig voort. Eerst een werkcollege van economisch-sociale geschiedenis waarin drie mensen een presentatie mochten houden en stuk voor stuk genadeloos werden afgeschoten door onze geliefde docent. Vervolgens legde hij ons haarfijn uit hoe het komt dat de mensen in Afrika zo arm zijn en blijven: ze zijn gewoon te lui om te werken. Ja ja, de hele wereldproblematiek komt langs in zo’n college.

Na twee nuttig besteedde tussenuren volgde nog een werkcollege vroegmoderne geschiedenis dat begon met een presentatie over de Bartholomeüsnacht en de oorzaken daarvan. Daarna gingen we een brief uit de tachtigjarige oorlog waarin een Spanjaard zijn gevoelens over de Nederlanden uitte, bespreken. Tenslotte gingen we in op de begrippen uit ons werkboek en ‘discussieerden’ daar in groepjes over.

Daarmee was mijn donderdagse – ook meteen mijn drukste – schooldag weer voorbij en ik kon ik rustig huiswaarts keren. Die agent heb ik niet meer gezien. :-)

Mijn fiets is niet meer

Vooropgesteld: strikt juridisch was het niet mijn schuld. Zo voelde het echter wel. Het groene stalen ros, de schier onverwoestbare Gazelle is niet meer. Deze week is hij bezweken. Waren zijn remmen nog opperbest, maar was zijn achterlicht eigenlijk al kapot, nu hielden de spaken er mee op en zat er een slag in zijn wiel. De koplamp nam een treurige stand aan. ‘Ik zou zo graag nou willen rijden, maar het gaat gewoon niet meer.’ Hij staat nu op een rustig plekje voor ons huis in Haren waar  zijn eerste roestvlekjes hem rustig wegvreten.

Hij was trouw. Het slot ging altijd open, al moest ik er soms wat moeite voor doen. Regende het, dan zwalkte ik over de weg. Maar de dynamo bleef tevreden snorren. ‘Ik doe mijn best baas, gewoon even wat langzamer’. ‘s Winters zette ik mijn arme oude bassie weer aan het werk om mijn lijf en leden warm te houden. Het meeste plezier had hij als hij in zijn drie over een kruising mocht vliegen. ‘Kom op baas! Gas! Het is nog maar net rood en geen politie in de buurt!, hoorde je hem dan zeggen als je heel goed luisterde.

Het schakelen was een feest. Je mocht nog ouderwets de pook met een complete duim bewegen. Hij had er soms wat minder zin an en de versnellingen bleven soms wat hangen. Maar na zijn reperatie klikte hij weer tevreden als ik mijn trappers stil hield, schakelde en weer doortrapte. Ach, zoveel snelheid kon hij op het laatst ook niet meer aan. Optrekken ging vaak wat moeizaam, zodat hij telkens treurig zijn kopje moest schudden als weer een wegpiraat om hem heen zoefde. Die nieuwerwetse bakken ook, geen enkel respect voor de ouden van dagen.

Van de zomer zou het beestje 3 jaar in mijn bezit zijn. Maar hij doet het niet meer… snik!

Dit verhaal is op tweeërlij wijze door Arjan (http://www.arjanopurk.nl/pivot/entry.php?id=128) medemogelijk gemaakt. Ten eerste heeft hij het frame (om in de terminologie te blijven) voor deze log geschapen. Ten tweede heeft hij ‘met zijn 75 kilo’ (citaat) mijn fiets gereduceerd van een trouwe steun en toeverlaat tot een zielig hoopje ijzer, dat vanmiddag zijn zwanenzang zong, toen het voor de allerlaatste keer en met luid kabaal naar Haren ploeterde.

Nieuwe hobby

Het begon allemaal met een blunder. Of eigenlijk met twee, maar laat ik bij het begin beginnen.

Deze week zouden de colleges weer beginnen, daar waren Arjan en ik vast van overtuigd. De tentamenperiode duurde immers altijd vier weken? Daarom gingen wij maandag vroeg met de bus, zodat we op tijd zouden zijn voor het college van mij om twee uur. Arjan ging gezellig mee en netjes op tijd stonden we voor de deur van de bioscoop. "Colleges? Nee, niet dat ik weet", zei de man aan de deur waar het toch al verdacht rustig was. Er rees een vermoeden bij ons.

Terwijl we ons richting het Harmonie spoedden om ons vermoeden te checken, kwamen we tot de conclusie dat het eigenlijk nog te vroeg in het jaar was om al week zeven te zijn. Ons vermoeden werd dan ook bevestigd: we hadden nog een extra week tentamenperiode; zonder tentamens wel te verstaan. Blij gemoed keerden wij richting Arrie en zijn statistiektentamen van vrijdag.

De volgende dag wilden we mijn Criminalistiek klappers ophalen bij het UMCG (oftwel: het Universitair Medisch Centrum Groningen). Dat is een vrij vak dat ik het komende semester hoop te volgen over forensische onderzoeksmethodes. Op mijn blad stond echter dat je er tussen half twee en half vier moest zijn en we waren aan de late kant. Er werd dus flink doorgestapt en gestresst om de bussen te halen. In het ziekenhuis zelf was het ook nog wel even zoeken, maar uiteindelijk stonden we voor de juiste kamer. "Shit op slot." Snel naar een balie en aan een vrouwtje gevraagd of ik die klappers nog kon krijgen. Terwijl ik het haar probeerde uit te leggen, haalde ik mijn papier te voorschijn waarop stond waar we moesten zijn. Het vrouwtje begon druk uit te leggen dat ik het verderop maar eens moest vragen, toen Arjan opeens zei: "Er staat woensdag op dat papier hoor." Midden door het betoog van het vrouwtje riep ik: "Dat mien je niet!" Waarop ze geruststellend zei: "Maar dat is hier om het hoekje hoor." Onnodig te vertellen dat Arjan in een deuk lag.

Toen we terugslenterden richting de bushalte, waren we er al bijna voorbijgelopen, toen ik Arjan wees op een modelbouwwinkeltje. Omdat hij toch nog een kadootje voor zijn broertje moest kopen, gingen we even binnenkijken. Uiteindelijk vertrokken we met drie dozen en een ding lijm en hebben we inmiddels allebei al een bouwwerk geproduceerd. Tsja, het kan raar lopen, maar wij hebben er in ieder geval een nieuwe hobby bij.

08022007119

Hier is mijn wat wazige eindresultaat. Zo snel er meer is, laat ik het weten.

Studeren

Je zou kunnen zeggen dat veel mensen die het doen, het eigenlijk nooit doen. Het klinkt raar, maar toch is het maar al te waar. Mensen die studeren en vooral de mensen die daarbij ook nog op kamers gaan, komen weinig aan studeren toe. Toch wel vreemd.

Momenteel zit ik aan mijn bureau met om me heen een stuk of tien boeken (waarvan één in het Nederlands) over Griekse religie en pelgrimsreizen in de oudheid. De bedoeling is namelijk dat ik een essay van 4000 woorden schrijf over mijn zelfgekozen onderwerp: "Religie als reismotief". Velen van julie zullen dit ‘reuze boeiend’ vinden, maar ik vind het eigenlijk best wel een leuk onderwerp. Toch heb ik weinig zin om iets te doen.

Vanmorgen kwam ik om kwart over twaalf eindelijk eens uit bed, ging daarna douchen en nuttigde een studentikoze maaltijd van broodjes hamburgers met soep. Arrie en zijn studiegenoot die voor de maaltijd gezorgd hadden, zitten sinds dien uit te buiken onder het genot van Lord of the Rings *extended edition* deel één. Hoewel ik de film bijna woordelijk kan volgen en iedere trilling door het plafond heen voel, blijf ik toch boven zitten omdat ik met mijn studie bezig moet.

Zoals nu maar weer blijkt is dat echter geen garantie dat er ook werkelijk wat gebeurt. Om de één of andere reden schrikt de hoeveelheid werk me af, terwijl beginnen juist een zeer goede oplossing is om die hoeveelheid te verkleinen. Ik bespeur bij mezelf altijd de neiging om allerlei meer behapbare zaken die ook moeten gebeuren op zo’n moment voor te laten gaan. Bijvoorbeeld dat mailtje dat ook nog verstuurd moet worden en die troep die ik nog even op kan ruimen. Op een gegeven moment zijn alle semi-nuttige dingen op en verval ik tot het voor de zesde keer checken van mijn mail en het koffiebarforum. Tsja, het is triest.

De herkenning van het probleem is duidelijk aanwezig, maar hoe nu verder? Mijn moeder zou zeggen: "gewoon doen", maar ja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Of niet? In deze alinea zou in ieder geval iets van een oplossing moeten komen, maar mijn inspiratie schiet op dat punt te kort. Hoe beleeft mijn lezer deze zaken en heeft hij misschien tips? Daar ben ik wel benieuwd naar. Ik ga in ieder geval een einde maken aan deze log, dat is alvast een begin. En zometeen ga ik naar de Albert Hein om boodschappen te doen voor de lekkere spruitjesstampot voor vanavond!

Adaptieve theeglazen

Zoals veel van mijn lezers inmiddels al weten, waren Arjan en ik vanmiddag naar de stad. We moesten namelijk wat boeken inleveren en Arjan had zijn adapter gesloopt en was opzoek naar een nieuwe. En hij moest nog theeglazen voor zijn neef ophalen bij de Douwe Egbertswinkel.

Door een eerder voorval deze dag verkeerde Arjan in een uiterst jolige stemming. Dat bleek al in de bieb toen hij bijna niet meer bijkwam na een blikje met gemorst drinken op de grond ontwaard te hebben. Wie het snapt mag het zeggen. Toen we daarna besloten om op zoek te gaan naar een adapter, was dat makkelijker gezegd dan gedaan. De man bij de Dixons zei het meteen al: "Hier schuin tegenover." Na bij de V&D opnieuw gehoord te hebben dat "20 meter verder" inderdaad aan de overkant een Telecom winkel moest zitten, besloten we toch eens op zoek te gaan. Dat wij de winkel in eerste instantie niet ontdekt hadden, was niet verwonderlijk, want na zo’n 250 meter en al bijna omgekeerd, zag Arjan opeens een bord. Het was een obscuur zaakje met een uitstraling alsof je hier voor het juiste bedrag alles kon krijgen. De vitrines lagen vol met tweedehands telefoons zonder garantie en de klanten maakten ook al een zeer geruststellende indruk. Kortom: als ze hier de goede adapter niet hadden… Even later stonden we weer buiten. Zonder adapter, want net die Arjan nodig had, was op. Na nog een Scheer & Foppen, een Harense Smid en een kwartier verder, wisten we uiteindelijk bij een Belcompany toch nog zo’n rotding op de kop te tikken.

In de loop van de middag was Arjan’s meligheid tot ongekende hoogte gestegen. Toen we dan ook bij de DE-winkel binnenkwamen, waren de rapen gaar. Tenminste, wel voor de twee meisjes voor ons in de rij. De één lag de hele tijd in een deuk en de ander wierp Arjan blikken toe die het midden hadden tussen verbazing en verontwaardiging. Wij hadden echter de grootste lol. Wat is er immers grappiger dan in een enorme rij in een verschrikkelijk warme DE-winkel te staan met vier pickwickmokken die niet eens voor jezelf zijn? Dat hadden die meisjes kennelijk ook door, want de chagrijnige merkte op dat we eindelijk stil waren, toen we even adem haalden. Toen wij terugkaatsten met een opmerking over de 25 theepakjes die ze afrekenden, moest Arjan volgens hen ook wel een echte theeleut zijn. Net alsof meisjes nooit melig zijn en Arjan lust niet eens thee.

Na een busreis waarin allerlei mooie zinsnedes voor in de Mac log bedacht werden en een gekke oma haar kleindochter terroriseerde, kwamen we eindelijk in Haren. We sloegen allebei meteen aan het loggen en ik ben nu ook wel eens benieuwd wat Arjan ervan gebakken heeft.

Alles is relatief

De titel van deze log is, zoals velen wel weten, een ‘contradictio in terminis’, oftewel: met zichzelf in tegenspraak. Toch is het een vaakgebezigde uitspraak en niet onterecht. Net zoals "zeg nooit nooit" functioneert het gezegde in het dagelijks spraakgebruik ondanks de taalkundige onmogelijkheid. Maar, is alles relatief?

De uitspraak is afgeleid van Einsteins relativiteits-theorie die stelt dat beweging afhangt van de positie van waaruit je waarneemt. Denk hierbij aan het veelgebruikte voorbeeldje van het in een stilstaande trein zitten, terwijl er naast je een trein vertrekt. Wie heeft nooit opgekeken, omdat hij meende te vertrekken? Het is dus maar net hoe je het bekijkt, oftwel relatief.

Zoals je verschillende standpunten hebt om iets te bezien zo heb je ook verschillende mensen. Mensen die dingen hoog opnemen en mensen die dingen wegwuiven of er slechts om kunnen lachen. De één heeft nou eenmaal een zwaarmoediger of emotioneler karakter dan de ander. Het heeft er alles mee te maken of je dingen op afstand kunt houden of aan de andere kant, of dingen je echt raken.

Ben jij zo’n persoon van "dat loopt wel los man"? Of erger jij je juist altijd aan die mensen die niet begrijpen dat iets jou echt geraakt heeft? Zoals ik al zei, is er variatie in mensen en dat is ook mooi. Want beide kanten hebben hun voor- en nadelen. Het kan aantrekkelijk lijken om heel losjes en relaxed door het leven te gaan, maar het wordt zo snel oppervlakkig. Op dezelfde manier dat vervelende dingen je niet zo’n zeer doen, maken mooie dingen je ook minder snel blij. Eigenlijk mis je de beleving. En daarmee is de andere kant ook wel duidelijk. Je beleeft meer, maar betaalt daarvoor wel een prijs. Het spreekwoord zegt het al: "hoge bergen, diepe dalen".

Uiteindelijk heeft ieder mens zijn eigen leven en we hoeven niet jaloers te zijn op de ander. Ook hij of zij heeft zo zijn moeilijkheden. Misschien moeten we ons daar eens wat meer op focussen. Probeer jij je wel eens in te leven in de ander? Waarom is zij zo geraakt? Of waarom doet hij zo onverschillig? En vergeet niet dat God iedereen heeft gemaakt. Dus ook al baal je van jezelf, Hij heeft je gemaakt naar Zijn beeld.

En soms is het goed om het eens van de andere kant te bekijken: wat zijn jouw sterke punten? Er zijn vast veel mensen die stiekem jaloers op je zijn.

Relativeren is goed voor een mens. Maar ook hiervoor geldt: alles met mate.

De Kerstmaaltijd

Langzaamaan komt iedereen in de kerststemming. Zo ook hier in Huize SimpelZat. Toen Arjan en ik na een middag meligheid boodschappen gingen doen, besloten we dat er deze keer geen Chicken Tonight op tafel kwam. Arjan wilde wel eens bewijzen dat hij meer kon dan ‘Chicken Tonight Hawaï’ en ‘Chicken Tonight Italiaanse Tomaat’, dus gingen we opzoek naar iets speciaals. Toen we echter bij het schap waren aangekomen met de speciale gerechten, wilden we allebei iets anders proberen. Dus wat doe je dan? Juist, we maakten gewoon twee gerechten klaar.

Op het doosje dat ik uitgezocht had, stond ‘Argentijnse Beef Chimichurri rundvleesschotel met amandelstukjes’. Een hele mond vol en het zag er dan ook bijzonder uit. In één pan kwam de rijst, maar geen gewone rijst. Er zaten namelijk stukjes aardappels door en je moest er na het koken crème fraîche doorroeren. De vleespan bestond uit gesneden biefstuk in een Argentijnse marinade met daardoorheen gesneden peultjes en een rode paprika. Die paprika was echter op mysterieuze wijze bij de kassa van de Albert Hein blijven liggen. Daarom hebben we maar wat uitjes toegevoegd ter compensatie. Hier overheen werden nog amandelstukjes gestrooid. Tenslotte was er nog Chimichurrisaus die koud bij het gerecht werd geserveerd en voor de pittige smaak zorgde.

Arjan had iets heel anders uit het schap gepakt, namelijk ‘Japanse Teriyaki roerbakgerecht’. Wederom zeer bijzonder. De ene helft van het gerecht bestond uit Japanse rijst, wat vrij eenvoudig was te bereiden. De saus was ingewikkelder. Ook hier zat biefstuk in en wel gemarineerd in Teriyaki-marinade. Nadat dit gebakken was, werden achtereenvolgens de Terriyaki-saus, de lente-uitjes en de gesneden champignons toegevoegd. Hierna kon het geheel opgediend worden.

Beide gerechten werden met gejuich ontvangen en iedereen was hogelijk verbaasd door onze culinaire prestaties. Omdat dit de laatste gezamenlijke maaltijd in Haren van 2006 was, mocht het ook wel iets bijzonders zijn. En met kerst wordt er toch altijd lekker gegeten?

Es ies kaus bausen

Onze Duitse leraar in de derde sprak deze woorden eens om aan te geven tot welk niveau we in ieder geval niet moesten afdalen bij onze presentatie. En aan deze woorden moest ik terugdenken toen ik de eerste regel van mijn log typte; het is koud buiten.

Het is inderdaad koud buiten. En niet alleen buiten, bij ons hier in Haren is het ook koud binnen. Dat is ook niet verwonderlijk voor een slaapkamer met twee enkelglasramen en slechts een straalkachel waarvan de stekker niet in het stopcontact zit. En dat mijn sloffen ontvreemd zijn, zou je ook niet hartverwarmend kunnen noemen.

Terwijl ik wolkjes tegen het glas blaas, denk ik wat na over koude en warmte. De KNJ-periode, zoals wij op het postkantoor de kerst en nieuwjaarperiode noemen, is een vreemde tijd. Traditioneel draait het om warmte, licht en gezelligheid. Toch is het buiten koud, guur en snel donker. Ik realiseer me dat dat op zich niet vreemd is en dat de tegenstelling tussen buiten en binnen de sfeer binnenshuis juist bevordert. Maar kerst en nieuwjaar is ook een periode van terugkijken. En dan kunnen de weersomstandigheden juist weemoedig maken. Is het niet een feit dat mensen meer last van depressies hebben in de winter? De (façade van) gezelligheid kan dat ook niet verhelpen.

Wij kunnen echter wel helpen. Wat koud geworden mensen nodig hebben is een warm hart. Een warm hart van iemand die luistert en oog voor je heeft. Toch is het wel begrijpelijk dat je liever tussen de opgewekte mensen zit. Dat is tenslotte toch veel gezelliger? Het is alleen niet zoals Jezus het zou doen. Veel mensen die ik ken, dragen wel zo’n bandje: "What Would Jesus Do?" Draag je dat omdat het hip is of omdat je het meent? Is het bij jou koud buiten of is het koud binnen?

Zoek de verschillen

Foto 1:

Oude_bril

Foto 2:

Nieuwe_bril

Disclaimer: een foto is slechts een beeld van de werkelijkheid en er kunnen daarom geen rechten aan ontleend worden. Wilt u de verandering in real life ervaren spreek mij dan even aan, dan krijgt u de mogelijkheid tot een uitgebreide bezichtiging.